Met de lente begint een tijd van het ontwaken, zowel voor de natuur, de dieren als voor de mensen. De dagen worden langer door de zon, de temperaturen stijgen en het landschap in de Hoge Venen en de Belgische Eifel trekt een nieuw kleed aan.
Tot ver over de grenzen heen zijn de wondermooie en unieke wilde narcissen bekend die vele velden aan de voet van de Hoge Venen in april in een ware bloesempracht herschapen. Is het geen bijzondere beleving, dit schouwspel van nabij te kunnen bekijken? Veel natuurorganisaties bieden in deze periode begeleide wandelingen aan, die lopen door zachtgroene weiden en velden langs kabbelende beken en waarbij de wandelaar, totaal bevrijd, eens diep kan ademen.
Meteen na de narcissentijd begint de bloei van de zeldzame zinkviooltjes, die uniek zijn in de Oostkantons. Ontdek de lente in al haar facetten.
Aanbevolen narcissenwandelingen
Zinkvioolwandelingen
De narcissen bloeien in de Oostkantons
Elk jaar heeft tijdens de maand april een uniek schouwspel plaats. In het voorjaar is het elk jaar opnieuw genieten van een prachtig natuurschouwspel in de Oostkantons. In verschillende dalen van de Eifel-Ardennenregio bloeien vanaf maart/april meer dan honderdduizend wilde narcissen. Door de zachte winter en de voorjaarstemperaturen van begin maart is de bloei van de narcissen nu al begonnen.
Het is werkelijk uniek want wilde narcissen zijn zelden te vinden in de natuur. De wilde narcissen kunnen pas groeien wanneer zij genoeg licht bekomen. Daarom heeft men sparren verwijderd die tientallen jaren geleden werden aangeplant in de vele narcissenweiden. Daar deze bloesempracht een tijdelijk karakter draagt en van temperatuur en klimaat afhankelijk is, moet men niet aarzelen om nu, op korte termijn, een narcissenwandeling te plannen. Zo te zien zal dit wonder van de natuur wellicht rond 30 april ten einde lopen.
Opgelet: De narcissen staan onder natuurbescherming. Zij mogen noch geplukt noch met de bloembol worden uitgetrokken. Men zal ze dus in hun natuurlijke omgeving laten staan want daar kunnen ze zich het best laten gelden.
Zinkviooltje
Het zinkviooltje is een van de meest bijzondere botanische bezienswaardigheden in het noorden van de Oostkantons, vooral rond het drielandenpunt (BE-DE-NL). Dit felgele viooltje is een echte zeldzaamheid: het groeit uitsluitend op bodems met een hoog gehalte aan zware metalen en maakt deel uit van wat men de kalkvegetatie of galmeiflora noemt.
Waar bloeit het zinkviooltje?
Vanwege zijn unieke band met zinkrijke bodems geldt het zinkviooltje als het symbool van Kelmis. De regio draagt tot op vandaag de sporen van de historische zinkwinning, en net in dit kale, ogenschijnlijk onherbergzame landschap vindt de galmeiflora haar ideale omstandigheden. Het gele viooltje bloeit voornamelijk in het staatsbos van het Hohnbachdal, vooral rond de Oskarstollen, of in de buurt van de Casinovijver in Kelmis.
Wat zijn zinkviooltjes?
De plantjes zijn slechts 5 tot 10 cm groot, maar uiterst gespecialiseerd. Ze groeien op bodems die rijk zijn aan zink en lood — bodems die voor de meeste andere planten giftig zouden zijn. Bovendien kunnen ze zware metalen opnemen en opslaan zonder er schade van te ondervinden: echte overlevingskampioenen. Ze gelden ook als indicatorplanten: vroeger hielpen ze mensen bij het opsporen van zinkertsen, omdat ze alleen groeien waar zink in de bodem aanwezig is.
Wanneer bloeit het zinkviooltje?
De bloeitijd loopt van april tot september, afhankelijk van het weer en het verloop van het seizoen. Van mei tot juli staan ze het dichtst en mooist in bloei. In zachte jaren kunnen sommige planten nog later en langer bloeien.
Is het zinkviooltje beschermd?
Het zinkviooltje komt wereldwijd slechts in een handvol regio's voor. Dit zeldzame viooltje staat onder strikte bescherming en mag niet worden geplukt of uitgegraven. De wandelpaden mogen dan ook onder geen beding worden verlaten. De bescherming van deze unieke flora is van groot belang opdat ze ook in de toekomst bewaard blijft.